> Geschiedenis van Vorselaar
Vorselaar is gelegen in de Kempen, in het hart van de Belgische provincie Antwerpen, ongeveer 25 kilometer ten oosten van de stad Antwerpen. Kerkelijk behoorde de Vorselaarse Sint-Pietersparochie in de Middeleeuwen aan het kapittel van Kamerijk en was ze de moederparochie voor Lille en Poederlee. Eind 13° - begin 14° eeuw kwam Vorselaar wereldlijk aan de Heren van Rotselaar, kasteleins van de hertogen van Brabant. Deze bouwden een waterburcht nabij de weg Antwerpen-Turnhout, vermoedelijk een onderdeel van de handelsweg naar Keulen.

In de 16° eeuw kwam de heerlijkheid onder het bewind van Cornelis van Bergen en vervolgensonder de Arenbergers, die meestal elders verbleven en het dorp bestuurden via de drossaard. In 1663 werd Vorselaar door Karel Eugeen van Arenberg verkocht aan Jan-Baptist Proost, raadsheer bij de Raad van Brabant. In deze periode werd het kasteel herbouwd en werd het domein aangelegd met veel dreven. Onder andere door deze investeringen kwam de familie Proost in financiële problemen en werden dorp en kasteel in 1716 verkocht aan Phillipe Lodewijk de Pret, oud-burgemeester van Antwerpen. Diens dochter Annemarie trouwde met Karel-Philips van de Werve, lid van een belangrijk Antwerps geslacht, die in 1768 van keizerin Maria Theresia de titel van graaf ontving.
De familie van de Werve verbouwde het Vorselaarse kasteel tot een smaakvol waterslot in een uitgestrekt domein. De macht van deze familie werd gesymboliseerd in de kaak op het marktplein. In 1898 trouwde Maria-Louise van de Werve met baron Eduard de Borrekens. Tot omstreeks 1900 was Vorselaar bijna volledig agrarisch. Nadien deed de diamantnijverheid haar intrede, een activiteit die de laatste decennia teruggelopen is. De laatste 20 jaar werd Vorselaar toenemend een woondorp.
> Een impressie over Vorselaar
Dat een dorp als Vorselaar een zeer rijk verleden kent, staat buiten kijf. Denk maar aan ons bezienswaardig kasteel, de oude kaak, het moederklooster, onze parochiekerk, de vele kapelletjes. Omstreeks de eeuwwisseling was Vorselaar nog een stille, landelijke gemeente. De rust werd af en toe verstoord door het geratel van boerenkarren op de harde kasseien. De schaarse bezitingen bestonden uit enkele schapen, geiten en enige magere koeien. De arme Kempische heidegrond vergde zware inspanningen van de dorpelingen.

De arbeiders pendelden naar Antwerpen of naar de steenfabrieken in Beerse. De kleine huisjes getuigden van een weinig weelderige toestand in ons dorp. Rond 1905 kwam er een kentering. Een paar inwoners die het diamantslijpen in Antwerpen geleerd hadden, maakten “het steentje” meer en beter bekend. Ook de vrouwen vonden stilaan werk in de fabrieken. De kleine huisjes ruimden plaats voor nettere werkmanswoningen. Na 1925 kwam dan de grote bloei in de diamantnijverheid.
> Beluister fragment: Buurthuis, de oude diamantschool en het diamantverleden van Vorselaar
Het eerste openbaar vervoer, een autobusdienst, werd in ons Kardinaalsdorp in 1947 ingevoerd. Van karakter zijn onze voorouders vroom, voornamelijk in hun devotie tot O.L.Vrouw. De vele kapelletjes in onze wijken en gehuchten zijn daar nog steeds het voorbeeld van. Het samenhorigheidsgevoel van de gebuurten was zeer sterk en uitte zich in processies, kermissen, … Folkloristisch heeft Vorselaar de Lichtmis-koopdag, het nieuwjaar zingen, de mei op het dak, wat telkens veel volk op de been bracht. Het einde van de oorlogsjaren betekende telkens een onvoorstelbare vreugde voor de bevolking. Er werd gefeest en gestoet en de uitbundigheid kende geen grenzen. Tamelijk vlug zijn de littekens van deze sombere tijd vervaagd.
Vorselaar is nu nog steeds een schoon dorp: schoon om af te kijken, schoon om in te wonen. De zeer talrijke verenigingen groeien en bloeien. Het is er goed om wonen. Het gemeentebestuur staat samen met haar administratieve en technische diensten, te uwer beschikking om het leven in Vorselaar nog aangenamer te maken.